Sunday, 14 December 2025

Gallipoli

In mijn literatuurlessen aan de bovenbouwklassen van het Zaanlands Lyceum in Zaandam maakte ik regelmatig gebruik van een zelf samengestelde reader waarin ik diverse teksten had opgenomen die het thema The Experience of War gemeen hadden. In de reader stonden onder meer gedichten van Great War Poets als Wilfred Owen en Rupert Brooke, het gedicht My Lai van Keith Bosley waar ik eerder op dit weblog een bericht aan wijdde, de liedtekst van And the Band Played Waltzing Matilda van Eric Bogle, dat ik in een volgend bericht zal bespreken, en fragmenten uit de roman Gallipoli van Jack Bennett. Als mijn sectie genoeg geld in kas had, kocht ik dit boek voor mijn leerlingen en lazen wij de roman in zijn geheel.


Het verhaal van Jack Bennetts Gallipoli begint in het Australische binnenland. Archy Hamilton is een stille, vastberaden jongen die een uitzonderlijk talent heeft voor hardlopen. Hij gelooft sterk in discipline, plicht en eer. Frank Dunne daarentegen is een slimme, pragmatische jongeman uit Perth, die meer op instinct en overlevingsdrang vertrouwt. Hun vriendschap ontstaat wanneer ze samen trainen en deelnemen aan atletiekwedstrijden.

Wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt, melden beide jongens zich aan voor het leger. Voor hen – en voor veel leeftijdsgenoten – is de oorlog een kans op avontuur en roem, en een manier om hun loyaliteit aan het Britse Rijk te tonen. Na een periode van training vertrekken ze per schip naar Egypte, waar ze kennismaken met het soldatenleven: verveling, discipline, kameraadschap, maar ook groeiende onzekerheid.

Het tweede deel van de roman speelt zich af tijdens de Gallipoli-campagne in Turkije. Hier verandert de toon van het verhaal drastisch. De soldaten worden geconfronteerd met slechte planning, verwarrende bevelen en uitzichtloze gevechten. De idealen waarmee Archy en Frank zijn vertrokken, beginnen af te brokkelen. Toch blijft hun vriendschap overeind, juist doordat ze op elkaar zijn aangewezen in een chaotische en gevaarlijke omgeving.
A whistle shrilled.
One hundred and fifty Light Horsemen, yelling and cheering, launched themselves over the parapet.
The Turkish lines exploded in a wavering sheet of flame. One long, ripping, roaring bellow. And the Light Horsemen fell, like puppets whose strings had suddenly been cut, in clumps, singly, some with a cry, some soundlessly, some before they had cleared the parapet. Their useless unloaded rifles clattered, the newly-sharpened bayonets shone in the dirt thirty yards from the Turkish lines. Some of the wounded fell back into the trench. Some fell on top of the second wave taking up positions on the firestep. Others tried to force themselves into the very earth itself to avoid the hailstorm of flying lead. 

Het hoogtepunt – en dieptepunt – van de roman is de aanval bij The Nek. Door een fatale miscommunicatie worden Australische soldaten bevolen om uit hun loopgraven te rennen, recht in het vijandelijke vuur. Archy, die zijn hele leven heeft geloofd in gehoorzaamheid en plicht, neemt deel aan de aanval. In een van de meest aangrijpende scènes van het boek wordt hij dodelijk getroffen terwijl hij over het niemandsland naar de Turkse stellingen rent – een tragisch einde dat de zinloosheid van de aanval onderstreept. Frank blijft achter, getekend door verlies en ontgoocheling.
The silver whistle shrilled.
Archy was over the parapet and among the dead. For a second it was breathlessly still: cordite smoke from the Turkish guns eddied among the bodies.
Then the gunfire crashed around him. He ran as he had never run before, head high, rifle forgotten. He was alone, at the head of the field. "How fast can you run, boy? Like a leopard!"
He was still running with head high, his eyes half-closed, when the nearest Maxim gun team clipped a fresh belt into their weapon, and Archy fell with a roaring in his ears.
De Gallipoli-campagne was een van de meest omstreden en bloedige operaties van de Eerste Wereldoorlog. Tussen april 1915 en januari 1916 probeerden de geallieerden — vooral Britse, Franse, Australische en Nieuw-Zeelandse troepen — het Ottomaanse Rijk te verslaan door het schiereiland Gallipoli in het huidige Turkije te veroveren. Het strategische doel was het openen van de Dardanellen, een zeestraat die de Middellandse Zee met de Zwarte Zee verbindt. Door deze route wilden de geallieerden Rusland bevoorraden en Constantinopel (Istanbul) onder druk zetten. De campagne begon met een mislukte zeeslag, waarna werd besloten tot een amfibische landing.

Op 25 april 1915 landden geallieerde troepen op verschillende stranden van Gallipoli. De bekendste landing was die van het ANZAC-leger (Australian and New Zealand Army Corps) bij Suvla Bay. De soldaten stuitten echter op sterk Ottomaans verzet, moeilijk terrein en slechte voorbereiding. Loopgravenoorlog, hitte, ziekte en voedseltekorten maakten het leven aan het front extreem zwaar. Ondanks maanden van hevige gevechten boekten de geallieerden nauwelijks terreinwinst. Slecht leiderschap, onderschatting van de vijand en gebrekkige communicatie leidden tot hoge verliezen.

Uiteindelijk besloten de geallieerden zich in januari 1916 terug te trekken. De campagne had geen strategisch succes opgeleverd en kostte naar schatting meer dan 250.000 slachtoffers aan beide kanten. Toch kreeg Gallipoli een blijvende symbolische betekenis, vooral in Australië en Nieuw-Zeeland, waar het wordt gezien als een belangrijk moment in het ontstaan van de nationale identiteit. Elk jaar wordt dit herdacht op ANZAC Day.

In 1981 bracht Peter Weir de film Gallipoli uit, waarna Jack Bennett de boekversie schreef gebaseerd op het filmscenario. De hoofdrollen werden gespeeld door Mark Lee als Archie en Mel Gibson als Frank. De film geldt als een klassieker van de Australische cinema en speelt een belangrijke rol in de nationale herinnering aan de Eerste Wereldoorlog.


Natuurlijk liet ik fragmenten van de film zien tijdens het lezen en behandelen in de klas van het boek van Jack Bennett. De DVD van de film stond in de mediabibliotheek van de sectie Engels.

De film is in zijn geheel te zien op YouTube. Ik beëindig dit bericht echter met een fragment uit de film: het tragische slot waarin Frank rennend op weg is naar de loopgraaf waarin Archie op het punt staat over the top te gaan. Frank moet aan de officier die de aanval leidt de boodschap overbrengen dat deze is afgelast. Helaas komt hij te laat en sterft Archie een zinloze dood. Mijn leerlingen waren soms tot tranen geroerd als ik deze scène liet zien. Ook ik werd elke keer emotioneel geraakt.


Het indringende maar toch prachtige slotbeeld van de film - Archie die geraakt wordt door kogels - is ongetwijfeld door regisseur Peter Weir gekozen met in gedachten de iconische foto van Robert Capa van een door een kogel getroffen soldaat tijdens de Spaanse Burgeroorlog.


Hier de laatste minuten van de film. De video werd in 2024 op YouTube gezet door The British & Commonwealth Forces.



Meer * More * Más
➽ ajjdebruijnOnderweg / Boeken

Tuesday, 9 December 2025

Time won't tell

If I Could Tell You (1940)
van
W.H. Auden
(1907, York, VK - 1973, Wenen, Oostenrijk)

Time will say nothing but I told you so,
Time only knows the price we have to pay;
If I could tell you I would let you know.

If we should weep when clowns put on their show,
If we should stumble when musicians play,
Time will say nothing but I told you so.

There are no fortunes to be told, although,
Because I love you more than I can say,
If I could tell you I would let you know.

The winds must come from somewhere when they blow,
There must be reasons why the leaves decay;
Time will say nothing but I told you so.

Perhaps the roses really want to grow,
The vision seriously intends to stay;
If I could tell you I would let you know.

Suppose the lions all get up and go,
And all the brooks and soldiers run away;
Will Time say nothing but I told you so?
If I could tell you I would let you know.

In deze video leest de dichter zelf het gedicht voor.


If I Could Tell You is een villanelle die draait om onzekerheid, tijd en het menselijk verlangen naar duidelijkheid. De villanelle is een vaste dichtvorm met herhalende regels, en juist die herhalingen versterken de boodschap van het gedicht: sommige vragen blijven terugkomen, maar echte antwoorden krijgen we niet.

Het gedicht gaat over het idee dat mensen niet weten wat er gaat gebeuren en dat we vaak geen grip hebben op de betekenis van gebeurtenissen. De spreker richt zich tot iemand die hem dierbaar is en herhaalt steeds dat hij die persoon graag duidelijkheid zou geven als hij dat kon, maar dat hij de toekomst evenmin begrijpt. De terugkerende regel "If I could tell you I would let you know" benadrukt telkens opnieuw dit onvermogen om zekerheid te bieden.

Auden laat Tijd optreden als een soort stille, mysterieuze kracht. In de eerste regel zegt hij: "Time will say nothing but I told you so." Daarmee bedoelt hij dat Tijd niets uitlegt op het moment zelf. Pas achteraf lijkt het alsof Tijd "wist" wat er zou gebeuren, maar terwijl we leven laat Tijd ons volledig in het ongewisse. Ook wanneer hij schrijft dat alleen Tijd "de prijs weet die wij moeten betalen", laat hij zien dat wij geen idee hebben welke gevolgen onze keuzes zullen hebben, terwijl Tijd dat wel lijkt te weten maar het niet met ons deelt.

Het gedicht geeft verschillende voorbeelden van hoe onverwacht het leven kan verlopen. In een strofe zegt Auden dat we misschien huilen wanneer clowns hun show opvoeren, terwijl clowns normaal bedoeld zijn om ons aan het lachen te maken. Ook zouden we kunnen struikelen op het moment dat muzikanten muziek maken, een moment dat juist harmonie en regelmaat suggereert. Deze voorbeelden tonen hoe onze emoties en ons gedrag soms helemaal niet passen bij de situatie, alsof we door onzichtbare krachten worden beïnvloed.

Later in het gedicht komen er nog andere voorbeelden van onvoorspelbaarheid. Auden schrijft dat de wind ergens vandaan moet komen en dat er redenen moeten zijn waarom bladeren vergaan, maar dat wij die redenen niet kennen. Daarmee zegt hij dat er wel een logica achter de wereld lijkt te bestaan, maar dat die voor ons verborgen blijft. Hij gaat nog verder door te verbeelden dat zelfs grote en sterke dieren, zoals leeuwen, ineens kunnen opstaan en verdwijnen, of dat beekjes en zelfs soldaten zouden kunnen weglopen. Het zijn overdreven beelden, maar ze maken duidelijk dat niets in het leven volledig vaststaat: zelfs dat wat krachtig, trouw of natuurlijk lijkt, kan veranderen of verdwijnen.

In een andere strofe stelt Auden zich voor dat rozen misschien "willen groeien" en dat een visioen "wil blijven". Dat zijn speelse, bijna fantasierijke gedachten, maar ze raken een belangrijke vraag: is er misschien toch een bedoeling achter alles? Heeft de wereld een soort innerlijke drang of betekenis? Auden geeft geen antwoord; in plaats daarvan herhaalt hij opnieuw dat hij het niet weet en dat hij het zou zeggen als hij het wist. Hiermee toont hij aan dat mensen vaak verlangen naar betekenis, maar dat we er niet zeker van kunnen zijn dat die betekenis er is.


Uiteindelijk is If I Could Tell You een gedicht over leven met onzekerheid. We willen graag begrijpen waarom dingen gebeuren, maar vaak kunnen we dat niet. Auden laat zien dat dit geen persoonlijke mislukking is, maar een menselijk gegeven. Wat we wél kunnen doen, is aandachtig leven en openstaan voor wat Tijd ons — misschien — ooit duidelijk maakt.

Als ik het wist

De Tijd houdt zijn mond, als ik je vertel
Dat Tijd slechts de prijs kent van ons bestaan;
Zou ik het weten, dan zei ik het wel.

Als wij moeten huilen door clowns met hun spel,
Als wij door muziek aan het struikelen gaan,
Houdt Tijd zijn mond, als ik het vertel.

Er zijn geen verhalenvertellers, hoewel
Ik meer van je hou dan er woorden bestaan,
Zou ik ze weten, dan zei ik het wel.

Van ergens ver weg blaast de wind zo fel
Er is een reden dat bladeren vergaan;
Tijd houdt zijn mond, als ik het vertel.

Misschien groeien rozen liever heel snel
En wil een droombeeld blijven bestaan;
Zou ik het weten, dan zei ik het wel.

Stel: leeuwen gaan ervandoor, en stel
't Leger loopt over, de vloed komt eraan;
Houdt Tijd dan zijn mond, als ik het vertel?
Zou ik het weten, dan zei ik het wel.
vertaling van Arie van der Krogt

Thursday, 4 December 2025

Honi soit qui mal y pense

 Een bijdrage van gastblogger Martina van Campen

De Orde van de Kousenband (Engels: The Most Noble Order of the Garter) is de hoogste ridderorde van het Verenigd Koninkrijk en een van de oudste Europese ridderorden. Het symbool voor de Orde van de Kousenband is de blauwfluwelen kousenband met het devies Honi soit qui mal y pense (Nederlands: Schande over hem die er kwaad van denkt).


Op een mooie zomeravond in 1344 danste koning Edward III van Engeland op een bal in Calais, dat in die tijd in Engelse handen was, met zijn schoondochter Joan, de gravin van Kent, toen haar kousenband afzakte. Elastiek en panty's bestonden nog niet; die handige accessoires werden pas eeuwen later uitgevonden. De koning, die zag dat er om het voorval smakelijk werd gelachen, raapte de kousenband op, bond deze om zijn eigen been, en zei: "Schande over hem die er kwaad van denkt. Wie er nu om lacht zal het later een eer vinden het te dragen."

In 1066 werd de Saksische koning Harold Godwinson, troonopvolger van de enkele maanden eerder gestorven Eduard de Belijder, in de Slag van Hastings verslagen en gedood door de Franse hertog Willem de Bastaard van Normandië. Willem was als de meest aan Eduard verwante edelman de aangewezen troonopvolger, maar Harold zag dat anders en bezette de troon waarop Willem Het Kanaal overstak met zijn schepen vol paarden en soldaten.

De overwinning bij Hastings leverde Willem niet alleen een andere bijnaam op, Willem de Veroveraar, hij kwam er ook mee in het bezit van Engeland en de Engelse koningskroon.


Vanaf dat moment was de Normandische adel de heersende klasse in Engeland. Dit had een enorme invloed op de taal, die uiteraard veel verder gaat dan het devies van de hoge adellijke Orde van de Kousenband, die trouwens ook aan onze koning Willem Alexander is uitgereikt; zijn oma koningin Juliana was ook lid van de Orde.


Het lijkt gek, zo'n Franse spreuk als devies, maar wie de Britten kent weet dat ze enorm aan tradities hangen, hoe ouder hoe beter. De Britse elite heeft nog steeds Franse trekjes en onuitsprekelijke namen als Lefebvre (Nederlands: Smid) of aan hun voorzetsel herkenbare Franse namen als D’Abernon en De Courcy. Veel voornamen zoals Henry en Matilda zijn van Normandische en dus van Franse oorsprong.

De taal die in de veertiende eeuw aan het Engelse hof werd gesproken was het Anglonormand, een dialect van het Oud-Frans. Het is een in de 13e eeuw gestolde Romaanse taal. Sinds die tijd hebben de Franse en Engelse woordenschat elkaar om en om verrijkt, maar het Engels kent nog altijd ruim 60% van oorsprong Franse woorden.

Na de verovering van Engeland door Willem de Veroveraar werden van oorsprong Saksische en dus Germaanse woorden gereserveerd voor voorwerpen met een lagere status. 'Stool', oorspronkelijk gewoon 'stoel', kreeg de betekenis van 'krukje' waar de verdreven Angelsaksische adel op mocht zitten; 'chair' was gereserveerd voor de Normandische veroveraars. 'House' kon van alles zijn, maar 'manor' of 'mansion' was per definitie groot, ook al noemt de huidige Britse adel uit understatement hun landhuis liever 'hall', een Germaans woord. 'Castle' is wel van Oud-Franse oorsprong. Het verschil in klasse is ook te zien bij de namen van vee en het gerecht dat er van gekookt is. 'Calf' wordt op een bord 'veal', 'cow' verandert in de keuken in 'beef', en 'sheep' is pas eetbaar als het 'mutton' wordt genoemd.

Nog leuker wordt het als je woorden tegenkomt die twee keer het Kanaal zijn overgestoken. In de liefdespoëzie, die eigen is aan de Franse cultuur, sprak men in het Oud-Frans van 'fleureter', als een bijtje van bloem naar bloem vliegen. In het Engels is dat 'to flirt' geworden. En dat werd in het Modern Frans overgenomen als 'un flirt'. Luister maar eens naar het chanson Pour un flirt van Michel Delpech.

Het woord 'tennis' is hier ook een voorbeeld van. Aan de Franse hoven werd een balspel gespeeld, waarbij oorspronkelijk een met touw omwonden bal van oude lappen stof met de hand over een touw of net werd geslagen: het 'jeu de paume'. Het voormalige Musée du Jeu de Paume in de Tuilerieën in Parijs werd zo genoemd omdat het museum was gevestigd in een gebouw dat werd gebruikt voor het spel.


Later ging men rackets gebruiken. Wanneer je de bal serveert, zeg je 'tenez', uitgesproken  in het Anglonormand als [teneets], zodat je tegenspeler weet dat hij klaar moet staan. Letterlijk betekent dat 'pak aan!'. Dat spel kwam als de edele 'tennis'sport - in de vorm van lawntennis -  in de 19e eeuw terug naar het vasteland. De telling bij het tennis is ook Oud-Frans: 'love' - 15 - 30 - 40 - 'deuce', omdat er vermoedelijk een klok werd gebruikt om de telling bij te houden. 45 = 'quarante-cinq' was een beetje te lang en werd ingekort tot 40. Nul = 'l'oeuf' (het ei) werd 'love'. 'Deuce' komt van 'à deux de jeu': nog twee punten om een game te winnen.

Een ander woord dat heen en weer heeft gereisd is een van oorsprong Italiaans woord van de Lombardijse geldschieters die de verarmde adel financieel moesten ondersteunen: 'bolga' of 'bolgetta'. Dit is een leren zak(je) met een aantal goudstukken dat je aan je riem hing, dicht op het lijf, en waarmee je betalingen kon doen vanaf je paard. Dat werd in het Frans 'bougette' en de Engelsen namen het over als 'budget', en dat woord kwam in het politieke jargon terecht. En zo is het weer teruggekomen bij ons, nadat het opnieuw Het Kanaal, La Manche, is overgestoken.


Het militaire strijdtoneel en de adellijke hiërarchie zijn sterk vertegenwoordigd in de Frans-Engelse woordenschat. Kijk maar, zo eenvoudig is Frans als je Engels verstaat:

'Koning' = 'king' blijft Germaans maar het bijvoeglijk naamwoord 'koninklijk' is Frans: 'royal'. De woorden 'monarchy' en 'kingdom' bestaan naast elkaar. 'Knight' is verwant aan het Germaanse 'knecht' maar 'esquire', een Engelse adellijke titel, komt van het Oud-Franse 'esquier', in Modern Frans 'écuyer', schild-knecht. Uit de gaming wereld kennen we het woord 'dungeon', de keldergevangenis onder in een toren, in het Frans 'donjon', de woontoren van een kasteel. Engelse koningen trouwden eeuwenlang met Franse koningsdochters, 'princess' = 'princesse'. Moest zij haar man of een minderjarige opvolger tijdelijk vervangen als hij uit strijden ging, dan was zij 'regent', in het Frans 'régente'.

Wees dus niet bang voor dat zgn. moeilijke Frans. In de ogen van sommige bewoners van de Hexagone (Frankrijk heeft de vorm van een zeshoek op de kaart) is de Engelse taal niet veel anders dan slecht uitgesproken Frans. Oeroud Frans, dat dan weer wel.

Monday, 1 December 2025

Mijn websites: nieuw op 01.12.2025

Periode 1 t/m 30 november 2025

ajjdebruijnOnderweg

The Secret of Secrets van Dan Brown in 'Boeken'
What We Can Know van Ian McEwan in 'Boeken'



Het geduld van de spin van Andrea Camilleri in 'Boeken'
Presenting Shakespeare van Mirko Ilić & Steven Heller in 'Boeken'



Albums #15 in 'Muziek'


BGBpix

Tekeningen #101 - #110 in 'Onbegrensd'

Tekening #108

Familiealbum
(alleen met wachtwoord toegankelijk)

60 berichten in 'Familiegeschiedenis: C'est la vie (et la mort)'
125 commentaren in 'Familiegeschiedenis: C'est la vie (et la mort)'
1 artikel in 'Familiegeschiedenis: Lief en leed'
1 serie in Diavoorstellingen
2 foto's in Fotoalbum 2025

Frogs

Klikker uit Kerteminde, Denemarken


Marijas

"Twee violen en ..." uit 2007

Een citaat: "Vandaag hoor ik de woorden 'zo', 'al' en 'oud' vaker dan de rest van het jaar. Sommigen doen extra hun best het erin te wrijven. Zozo, zo oud al! Uit mezelf sta ik natuurlijk ook wel stil bij mijn leeftijd. De ochtend na een avondje doorzakken. Als ik een verwelkte klasgenoot van het Trini tegenkom. Doordat ik inmiddels langer wel les geef dan niet."

Shakespeare en ik

Star-cross'd lovers in 'Verhalen'

Staaffoto

Sloterdijk vanaf de A10
foto uit 1966



Meer * More * Más
➽ Homepage